SiteAccessible
Alle artikelen

Inclusief ontwerp

Hoe mensen met een beperking het web gebruiken: hulpmiddelen uitgelegd

Schermlezers, zoom, ondertiteling, schakelaars en spraakbesturing: hoe mensen met een beperking websites gebruiken, met actuele cijfers en de grootste drempels.

Gepubliceerd 12 min. leestijd

In het kort

Mensen met een beperking gebruiken het web met hulptechnologie en instellingen die passen bij hoe ze zien, horen, bewegen en denken: schermlezers, brailleleesregels, vergroting en zoom, ondertiteling, toetsenborden, schakelaars en spraakbesturing. Die hulpmiddelen werken alleen goed als de website eronder echte koppen, labels, tekstalternatieven en volledige bediening met het toetsenbord heeft.

Belangrijkste punten

  • Ongeveer één op de zes mensen wereldwijd heeft een aanzienlijke beperking (WHO), en 23,9% van de volwassenen in de EU meldt een langdurige beperking (Eurostat, 2024).
  • Het aandeel stijgt sterk met de leeftijd, van 7,1% van de EU-inwoners van 16 tot 24 jaar tot 72,3% van wie 85 of ouder is.
  • De meeste mensen brengen hun eigen hulpmiddelen mee, zoals een schermlezer, zoom, ondertiteling, spraakbesturing of een schakelaar, en uw site moet daarmee werken.
  • Structuur is navigatie: 71,6% van de schermlezergebruikers begint op een lange pagina door van kop naar kop te springen.
  • De meest voorkomende drempels zijn basaal, met voorop tekst met te weinig contrast, ontbrekende alt-tekst en formuliervelden zonder label.

Drie mensen proberen op dezelfde restaurantwebsite een tafel te reserveren. Amira is blind en luistert naar de pagina met VoiceOver op haar iPhone. Tom heeft reumatoïde artritis en gebruikt het toetsenbord, omdat de muis pijn doet. Margit is 78 en zoomt in tot 200% om de menukaart te lezen. Is de menukaart een foto van een gedrukte pagina en reageert de datumkiezer alleen op de muis, dan geven ze alle drie op en reserveren ze ergens anders.

Deze gids legt met actuele cijfers uit hoe mensen met een beperking het web echt gebruiken. Een woord over woorden: wij schrijven “mensen met een beperking”, de Nederlandse teksten van de EU spreken van “personen met een handicap”, en sommige mensen noemen zichzelf liever gewoon “gehandicapt”. Schrijft u over een bepaalde persoon, gebruik dan de woorden die die persoon zelf gebruikt.

Hoeveel mensen hebben een beperking?

Ongeveer 1,3 miljard mensen, 16% van de wereldbevolking of één op de zes, hebben een aanzienlijke beperking, volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (opent in een nieuw tabblad) (factsheet, maart 2023). In de EU meldde 23,9% van de mensen van 16 jaar en ouder in 2024 een langdurige beperking in dagelijkse activiteiten, ongeveer één op de vier volwassenen, volgens Eurostat (opent in een nieuw tabblad).

Beperkingen en aandoeningen: de belangrijkste cijfers
MaatstafCijferBron
Aanzienlijke beperking, wereldwijd1,3 miljard (16%)WHO, 2023
Visuele beperking voor dichtbij of veraf, wereldwijdMinstens 2,2 miljardWHO, 2026 (opent in een nieuw tabblad)
Invaliderend gehoorverlies, wereldwijd430 miljoen (meer dan 5%)WHO, 2026 (opent in een nieuw tabblad)
Volwassenen in de EU met een langdurige beperking23,9% (6,7% ernstig)Eurostat, cijfers over 2024
Europeanen met een beperking90 miljoenEuropese Commissie, 2026 (opent in een nieuw tabblad)

De nationale cijfers lopen van 12,7% in Bulgarije tot 41,2% in Letland, en het gaat om wat mensen zelf opgeven, dus vergelijk landen voorzichtig. Belangrijker is de leeftijdscurve. Bij mensen van 85 en ouder is het aandeel tien keer zo hoog (opent in een nieuw tabblad) (72,3%) als bij 16- tot 24-jarigen (7,1%), en 22,0% van de EU-bevolking (opent in een nieuw tabblad) is 65 of ouder. Velen van hen zouden zichzelf niet als gehandicapt omschrijven.

Wat is hulptechnologie?

Hulptechnologie is alle software of hardware waarmee iemand een computer, telefoon of website kan gebruiken op een manier die past bij zijn lichaam en denken. Schermlezers, vergrotingssoftware, spraakherkenning, schakelaars en brailleleesregels zijn de bekendste voorbeelden. Daarnaast gebruiken mensen eenvoudigere aanpassingen, zoals grotere tekst, een tragere aanwijzer of ondertiteling die standaard aanstaat.

Het W3C noemt die eenvoudigere aanpassingen “adaptieve strategieën”, die in zijn overzicht van hulpmiddelen en technieken (opent in een nieuw tabblad) worden omschreven als “technieken die mensen met een beperking gebruiken om hun interactie met het web te verbeteren”. De meeste mensen combineren beide.

Veelgebruikte hulptechnologie en waar die van afhangt
HulpmiddelWat het doetWat het van uw site nodig heeft
SchermlezerLeest de pagina voor of stuurt die naar een brailleleesregel; gebruikers springen tussen koppen, links en formulierveldenEchte koppen, alt-tekst, formulierlabels, en link- en knopteksten die op zichzelf te begrijpen zijn
Vergrotingssoftware of browserzoomVergroot een deel van het scherm of het hele schermLay-outs die meeschalen en tekst die groter kan zonder dat er iets breekt
ToetsenbordTab, Enter, spatiebalk en pijltjestoetsen in plaats van een muisElk bedieningselement bereikbaar, met zichtbare focus
SpraakbesturingBedient het apparaat met gesproken opdrachten zoals “klik op Nu boeken”Zichtbare labels die overeenkomen met de naam van elk element in de code
SchakelaarbedieningMet een of twee knoppen loopt iemand de opties een voor een doorBediening met het toetsenbord en een korte, logische volgorde
Ondertiteling en transcriptenZetten spraak en geluid om in tekstNauwkeurige ondertiteling bij video, transcripten bij audio

Veel hiervan zit standaard in apparaten: VoiceOver en Stembediening op Apple-apparaten, TalkBack en Voice Access op Android, Verteller en Vergrootglas op Windows. Veel Windows-gebruikers voegen daar JAWS aan toe, dat betaald is, of het gratis NVDA.

Hoe gebruiken blinde mensen websites?

De meeste blinde mensen gebruiken een schermlezer, software die de pagina omzet in spraak of braille, en bewegen zich door de pagina met toetsenbordopdrachten of veegbewegingen in plaats van een muis. Ze luisteren een pagina zelden van boven tot onder af. In de WebAIM-enquête van 2024 zei 71,6% van de schermlezergebruikers dat ze een lange pagina eerst via de koppen verkennen.

De Screen Reader User Survey #10 (opent in een nieuw tabblad) van WebAIM verzamelde 1.539 antwoorden in december 2023 en januari 2024. De deelnemers meldden zich zelf aan, dus het is geen representatieve telling. Enkele uitkomsten:

  • Op de desktop gebruikt 40,5% vooral JAWS, 37,7% NVDA en 9,7% VoiceOver.
  • 91,3% gebruikt een schermlezer op een telefoon of tablet, en 70,6% gebruikt vooral Apple-apparaten.
  • 38% gebruikt braille-uitvoer, via een leesregel die pinnetjes omhoog laat komen om tekens te vormen.

Stel u een schermlezergebruiker voor op een productpagina. Ze roept een lijst met koppen op en springt naar “Reviews”. Uw lay-out ervaart ze nooit, alleen de structuur eronder: zijn uw koppen alleen vetgedrukte alinea's, dan is die lijst leeg, en klinken drie knoppen met de naam “In winkelwagen” precies hetzelfde.

  • Koppen die echte kopelementen zijn, in een logische volgorde.
  • Alt-tekst die zegt waar het om gaat: “Marineblauwe wollen jas, knielang, vooraanzicht”, niet “IMG_4471.jpg”. Decoratieve afbeeldingen krijgen een lege alt-tekst, zodat ze worden overgeslagen.
  • Formulierlabels bij elk veld, en foutmeldingen die worden voorgelezen en niet alleen rood oplichten.
  • Link- en knopteksten die op zichzelf te begrijpen zijn: “Lees ons retourbeleid”, niet “Klik hier”.

Hoe gebruiken slechtziende mensen websites?

Slechtziende mensen maken dingen meestal groter of duidelijker in plaats van over te stappen op audio. Ze zoomen in de browser, gebruiken vergrotingssoftware, maken de systeemtekst groter, zetten hoog contrast of de donkere modus aan, of voegen witruimte toe. Het is een grote groep: de WHO schat dat minstens 2,2 miljard mensen een visuele beperking voor dichtbij of veraf hebben.

Bij sterke vergroting ziet iemand met een schermvergroter steeds maar een klein deel van het scherm. Een melding “Winkelwagen bijgewerkt” in een hoek bovenaan is makkelijk te missen, net als een overzicht van fouten dat ver van het foute veld staat.

De Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.2 (opent in een nieuw tabblad) dekken dit af met drie succescriteria op niveau AA: tekst moet tot 200% kunnen worden vergroot zonder dat er inhoud verloren gaat (1.4.4), inhoud moet herschikken bij een breedte van 320 CSS-pixels zodat niemand in twee richtingen hoeft te scrollen (1.4.10), en pagina's moeten extra regel-, letter- en woordafstand aankunnen (1.4.12). Over contrast leest u meer in onze gids over kleurcontrast. En de gefotografeerde menukaart? Opnieuw opgebouwd als webpagina met koppen werkt die voor Margit en Amira allebei.

Hoe gebruiken dove en slechthorende mensen het web?

Dove en slechthorende mensen gebruiken het web net als ieder ander, tot geluid informatie bevat. Dan hebben ze ondertiteling bij video nodig, transcripten bij audio en een manier om contact met u op te nemen die geen telefoontje is. De WHO schat dat 430 miljoen mensen, meer dan 5% van de wereldbevolking, revalidatie nodig hebben voor invaliderend gehoorverlies.

Voor veel dove mensen, zeker wie zich deel voelt van de Dovengemeenschap, is de gebarentaal van hun land de eerste taal en geschreven taal de tweede. Eenvoudig geschreven tekst helpt hen, zoals die iedereen helpt die in een tweede taal leest.

  • Ondertitel elke vooraf opgenomen video waarin gesproken wordt (WCAG 1.2.2, niveau A). Controleer automatische ondertitels: namen, productnamen en getallen kunnen daarin verhaspeld raken.
  • Bied naast de telefoon andere contactmogelijkheden. “Bel ons om op te zeggen” sluit sommige klanten volledig uit.
  • Speel geen geluid automatisch af. Audio die langer dan 3 seconden speelt, heeft een knop nodig om te pauzeren of te stoppen (WCAG 1.4.2), en schermlezergebruikers hebben die ook nodig.

Hoe navigeren mensen met een motorische beperking op websites?

Mensen met een motorische beperking gebruiken vaak helemaal geen muis. Ze gebruiken een toetsenbord, een schakelaar, spraakbesturing, oogbesturing, een hoofdmuis of een trackball, soms terwijl ze met tremor, pijn of vermoeidheid te maken hebben. Al die hulpmiddelen werken alleen als de site te gebruiken is zonder precies te hoeven aanwijzen: elk bedieningselement bereikbaar met het toetsenbord, de focus altijd zichtbaar en aanwijsgebieden die groot genoeg zijn om te raken.

WCAG begint bij het toetsenbord: alles moet werken zonder muis (2.1.1, niveau A). Wat meestal in de weg zit:

  • Onzichtbare focus. Haalt u het focuskader om esthetische redenen weg, dan raakt een toetsenbordgebruiker de weg kwijt (WCAG 2.4.7).
  • Lange routes. Iemand met een schakelaar loopt de bedieningselementen een voor een door. Een megamenu met 60 links en zonder link “Naar de hoofdinhoud” kan 60 keer drukken betekenen voordat iemand bij het product is.
  • Labels die niet kloppen. Iemand met spraakbesturing zegt “klik op Nu boeken”, maar in de code heet de knop “Formulier verzenden”, dus er gebeurt niets (WCAG 2.5.3, Label in naam).
  • Piepkleine aanwijsgebieden en schuifregelaars die alleen met slepen werken. WCAG 2.2 legt een minimale grootte van 24 bij 24 CSS-pixels vast (2.5.8) en vraagt om een klikalternatief voor slepen (2.5.7). Onze gids over WCAG 2.2 legt beide uit.

Hoe gebruiken mensen met een cognitieve beperking, dyslexie of ADHD het web?

Mensen met een cognitieve beperking of leerproblemen, waaronder dyslexie, ADHD, geheugenverlies en hersenletsel, gebruiken een mix van hulpmiddelen en strategieën: tekst-naar-spraak, spellingcontrole, leeslinialen, wachtwoordmanagers, de leesmodus en extra tijd. Wat het meest helpt, ligt aan uw kant van het scherm: duidelijke taal, voorspelbare lay-outs en processen die fouten niet afstraffen.

De richtlijnen van het W3C over cognitieve beperkingen en leerproblemen (opent in een nieuw tabblad) bevatten onder meer de doelen “Help gebruikers zich te concentreren” en “Zorg dat processen niet van het geheugen afhangen”.

Een inlogscherm dat vraagt naar het derde en vijfde teken van een geheugenwoord, is precies het soort geheugentest waarvoor het tweede doel waarschuwt. Een carrousel die om de paar seconden verspringt, werkt het eerste tegen. Wat wel helpt, inclusief het onderzoek naar dyslexielettertypen, bespreken we in Ontwerpen voor dyslexie, ADHD en cognitieve beperkingen.

Welke ingebouwde instellingen gebruiken mensen, en welke rol speelt een paneel op de pagina?

De meeste mensen passen hun eigen apparaten aan lang voordat ze iets op uw pagina aanraken: browserzoom, grotere systeemtekst, donkere modus, minder beweging, hoog contrast, ondertiteling, de leesmodus en de ingebouwde schermlezer van de telefoon. Het is de taak van uw site om die instellingen te respecteren. Een toegankelijkheidspaneel op de pagina is een extra optie, geen vervanging.

  • Zoom en tekstgrootte: gebruik relatieve eenheden en blokkeer nooit het knijpzoomen op mobiel.
  • Minder beweging: sites kunnen deze voorkeur uitlezen (de mediaquery prefers-reduced-motion), dus respecteer haar bij parallax, carrousels en grote overgangen.
  • Hoog contrast en geforceerde kleuren, zoals de contrastthema's van Windows: controleer of pictogrammen en focuskaders zichtbaar blijven.
  • De leesmodus werkt het best met echte koppen en alinea's.

Een paneel op de pagina, zoals SiteAccessible dat toevoegt, geeft bezoekers knoppen voor contrast, tekstgrootte, witruimte, een leeshulp, voorlezen en het stoppen van animaties, zonder dat ze door apparaatinstellingen hoeven te zoeken. Dat helpt sommige mensen, zoals iemand op een werkcomputer die hij niet mag instellen, of iemand met migraine die een uur lang een rustigere pagina wil.

Het helpt een schermlezergebruiker niet om een knop zonder label te vinden, en het laat een site niet aan WCAG voldoen. Daarom heeft ons paneel bewust geen profiel voor blinde bezoekers: een visueel paneel kan de schermlezer die iemand al kent, niet vervangen. Werkt een pagina niet met de eigen hulpmiddelen van mensen, repareer dan de pagina.

Wat gaat er het vaakst mis?

Steeds weer duiken dezelfde basale drempels op. In de scan WebAIM Million 2026 (opent in een nieuw tabblad) had 95,9% van de 1 miljoen meestbezochte homepages gedetecteerde WCAG-fouten, gemiddeld 56,1 per pagina, met voorop tekst met te weinig contrast, ontbrekende alt-tekst en formuliervelden zonder label. Schermlezergebruikers noemen de CAPTCHA het lastigste onderdeel van het web.

Meest gedetecteerde fouten op homepages, WebAIM Million 2026
FoutHomepagesWie er het eerst door wordt tegengehouden
Tekst met te weinig contrast83,9%Slechtziende mensen, ouderen
Afbeeldingen zonder alt-tekst53,1%Schermlezergebruikers
Formuliervelden zonder label51%Gebruikers van schermlezers en spraakbesturing
Lege links46,3%Gebruikers van schermlezers en spraakbesturing
Lege knoppen30,6%Gebruikers van schermlezers en spraakbesturing
Ontbrekende paginataal13,5%Schermlezergebruikers (verkeerde uitspraak)

Scans missen veel. De top vijf van problemen volgens schermlezergebruikers zelf:

  1. CAPTCHA's
  2. Menu's, tabbladen en dialoogvensters die zich niet gedragen zoals verwacht
  3. Links of knoppen die nergens op slaan
  4. Schermen of delen van schermen die onverwacht veranderen
  5. Gebrekkige bediening met het toetsenbord

Voor geen van deze problemen is speciale technologie nodig. Wilt u ze vinden, probeer dan uw eigen site uit: boek iets met alleen het toetsenbord, zoom in tot 400% en lees uw checkout, en luister daarna naar uw koppen met VoiceOver of NVDA. Onze gids over het testen van de toegankelijkheid van uw website loopt deze controles met u door. Ze vervangen geen tests met mensen die deze hulpmiddelen elke dag gebruiken, maar ze laten zien waar u moet beginnen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel mensen hebben een beperking?

De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat 1,3 miljard mensen, ongeveer 16% van de wereldbevolking of één op de zes, een aanzienlijke beperking hebben (factsheet, maart 2023). In de EU meldde 23,9% van de mensen van 16 jaar en ouder in 2024 een langdurige beperking in dagelijkse activiteiten, volgens het EU-SILC-onderzoek van Eurostat.

Hoe gebruiken blinde mensen websites?

De meesten gebruiken een schermlezer, software die de pagina voorleest of naar een brailleleesregel stuurt, en navigeren met toetsenbordopdrachten of veegbewegingen. In de WebAIM-enquête van 2024 zei 71,6% van de schermlezergebruikers dat ze een lange pagina eerst via de koppen verkennen. Daarom zijn echte koppen, alt-tekst en duidelijke link- en knopteksten zo belangrijk.

Wat is de meest gebruikte schermlezer?

Op de desktop waren JAWS (40,5%) en NVDA (37,7%) in de WebAIM-enquête van 2024 onder 1.539 schermlezergebruikers de meest gebruikte schermlezers, met VoiceOver op 9,7%. Op telefoons en tablets gebruikte 91,3% van de deelnemers een schermlezer, en 70,6% gebruikte vooral Apple-apparaten.

Wat is hulptechnologie?

Hulptechnologie is alle software of hardware die iemand helpt een computer, telefoon of website te gebruiken op een manier die bij zijn mogelijkheden past. Voorbeelden zijn schermlezers, vergrotingssoftware, spraakherkenning, schakelaars, brailleleesregels en ondertiteling. Veel mensen gebruiken daarnaast ingebouwde instellingen zoals browserzoom, grotere tekst en minder beweging.

Neemt het aantal mensen met een beperking toe met de leeftijd?

Ja, sterk. Eurostat meldt dat het aandeel inwoners van de EU met een beperking stijgt van 7,1% bij 16 tot 24 jaar tot 72,3% bij 85 jaar en ouder (cijfers over 2024). Met 22,0% van de EU-bevolking van 65 of ouder in 2025 raakt toegankelijkheid een groot en groeiend deel van uw klanten.

Kan een toegankelijkheidswidget een schermlezer vervangen?

Nee. Een schermlezer is software die iemand al heeft, kent en op zijn eigen behoeften heeft ingesteld, en die werkt op elke site en in elke app die hij gebruikt. Een paneel op de pagina biedt visuele aanpassingen en leeshulp op één site. Geen van beide kan ontbrekende koppen, labels of alt-tekst goedmaken: alleen aanpassingen aan de code en inhoud van de site doen dat.

Bronnen

  1. Disability (fact sheet, 7 March 2023) (opent in een nieuw tabblad), World Health Organization
  2. Blindness and vision impairment (fact sheet, 10 February 2026) (opent in een nieuw tabblad), World Health Organization
  3. Deafness and hearing loss (fact sheet, 3 March 2026) (opent in een nieuw tabblad), World Health Organization
  4. Population with disability (EU-SILC 2024) (opent in een nieuw tabblad), Eurostat
  5. Find out more about people with disabilities in the EU (3 December 2025) (opent in een nieuw tabblad), Eurostat
  6. Population structure and ageing (opent in een nieuw tabblad), Eurostat
  7. Boosting accessibility and inclusion for persons with disabilities (6 May 2026) (opent in een nieuw tabblad), European Commission
  8. Screen Reader User Survey #10 Results (opent in een nieuw tabblad), WebAIM
  9. The WebAIM Million (2026 report) (opent in een nieuw tabblad), WebAIM
  10. Tools and Techniques: How People with Disabilities Use the Web (opent in een nieuw tabblad), W3C Web Accessibility Initiative
  11. Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.2 (opent in een nieuw tabblad), W3C
  12. Making Content Usable for People with Cognitive and Learning Disabilities (opent in een nieuw tabblad), W3C